Network Attached Storage (
NAS) staat voor een opslagmedium dat op het netwerk is aangesloten. Dit systeem maakt gebruik van het TCP/IP protocol voor de dataoverdracht.
NAS-apparaten zijn in feite volwaardige
fileservers. Bij
NAS wordt het bestandssysteem beheerd vanuit het
NAS-systeem zelf, in tegenstelling tot
SAN, waarbij het bestandssysteem beheerd wordt door
servers.
NAS is ontwikkeld door storage leverancier NetApp.
NAS-systemen kunnen gebruikmaken van meerdere harde schijven die vaak in RAID staan. Tegenwoordig zijn er
NAS-systemen in de handel die qua opbouw nauwelijks verschillen van externe USB-schijven. Met behulp van eenvoudige PC-
hardware en een pakket als FreeNAS kan zelf een
NAS-systeem opgebouwd worden. Grotere
NAS-systemen zijn vaak servers die speciaal voor deze taak ontworpen zijn en een voor opslag geoptimaliseerde variant van een Operating system als Windows of Linux draaien. Bij dergelijke grote
NAS-systemen zijn vaak ook voorzieningen voor het maken van
back-ups ingebouwd.
De alternatieven voor NAS zijn Direct Attached Storage (DAS), waarbij het opslagmedium direct aangesloten is op een computersysteem, en Storage Area Network (SAN) systemen, waarbij de opslag (net zoals NAS) in een extern opslagsysteem gebeurt dat via een netwerk benaderd kan worden.
Terug naar het woordenboek